Stap 3
Probleeminventarisatie
Het thema jeugd en veiligheid is een breed thema en diverse onderwerpen kunnen hierbij als probleem benoemd worden, denk aan geluidsoverlast, hangjongeren, alcohol, drugs, uitgaansgeweld etc. Voor een effectief plan en een gerichte aanpak is het noodzakelijk dat de projectgroep inzicht heeft in de problematiek.
Deze probleemanalyse en de afbakening van het probleem zijn kritieke stappen voor een succesvolle aanpak. Zij vormen het startpunt van een gezamenlijke inspanning en de uitgangssituatie voor de keuze van de prioriteiten voor de te ontwikkelen aanpak.
De kwaliteit van de analyse vormt de nulmeting voor het project. Deze gegevens kunnen vergeleken worden met latere metingen (zie stap 6, Evaluatie). Hierdoor worden de resultaten van het project meetbaar. De effectiviteit van het project is pas aannemelijk te maken als een beginsituatie in kaart is gebracht in stap 3.
Vraagstelling
De volgende vragen kunnen helpen bij een analyse van de probleemsituatie:
- Wat is de oorzaak van het probleem?
- Wie veroorzaken het probleem? Is voldoende duidelijk over wie we het dan hebben?
- Wanneer speelt het probleem?
- Voor wie is het een probleem?
- Welke signalen worden opgevangen en door wie?
- Wat voor beeld scheppen de lokale media over het (maatschappelijke) probleem?
- Hoe ernstig is het probleem en wat zijn de feitelijke of te verwachten maatschappelijke gevolgen hiervan?
- Wat zijn de verwachte maatschappelijke ontwikkelingen als geen actie wordt ondernomen?
- Welke partijen zijn er verder bij betrokken? Zijn alle partijen, die mogelijk op dit terrein signalen ontvangen, aanwezig?
- Welke maatregelen worden al genomen of zijn eerder genomen om het probleem te verhelpen?
Om de problematiek goed te inventariseren zijn verschillende bronnen van belang. Ga als projectgroep dus niet alleen af op cijfers van politie of klachten van bewoners. De projectgroep verzamelt de informatie uit diverse bronnen en maakt een zo volledige mogelijke analyse van het probleem.
Bronnenonderzoek
Het bronnenonderzoek heeft tot doel inzicht te krijgen in de omvang en ontwikkelingen in diverse vormen van slachtofferschap en inzicht te krijgen in de specifieke problematiek (zoals geluidsoverlast, hangjongeren, alcohol, drugs, uitgaansgeweld etc.) en de ervaren overlast en onveiligheidsgevoelens. De eerste bronnen zijn dan ook de cijfers/gegevens van de partners van de projectgroep.
- Politiecijfers: aantal aangehouden jeugdige verdachten, meldingen van overlast e.d.
- De jeugdmonitor: indien aanwezig biedt deze een algemeen beeld van de ontwikkelingen van jeugd in de gemeente en/of in de regio. Ook kan de landelijke jeugdmonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek geraadpleegd worden.
- Veiligheidsmonitor: gemeenten hebben steeds vaker een eigen veiligheidsmonitor (zie bijvoorbeeld www.s-hertogenbosch.nl) en er is ook een Veiligheidsmonitor van het Rijk (www.deveiligheidsmonitor.nl). In een Veiligheidsmonitor staat onder meer de ervaren overlast door burgers, gecombineerd met politiecijfers.
- Jongerenwerk: jaarverslagen van het jongerenwerk (indien aanwezig) of specifiek aan te vragen rapportages bieden zicht op mogelijke signalen van het probleem(gedrag).
- Jaarverslagen van overige partners in projectgroep, zoals Bureau Jeugdzorg, Bureau Halt, Leerplicht.
- Gebiedsscan criminaliteit en overlast; Scan waarmee de politie systeemkennis en straatkennis op eenvoudige wijze met elkaar in verband brengt.
- Informatie over de veiligheid op gemeente- en buurtniveau:
Websites
Op verschillende sites is op gemeente- en buurtniveau informatie over de veiligheid (en veiligheidsbeleving te vinden). Soms zijn ook vergelijkingen met andere gemeenten of buurten mogelijk, die de cijfers over de eigen situatie meer reliëf geven. Dergelijke sites zijn bijvoorbeeld:
www.watdoetjegemeente.nl
Een website van de VNG die het mogelijk maakt de eigen gemeente te vergelijken met andere gemeenten, onder meer op het gebied van slachtofferschap en onveiligheidsgevoelens (aan de hand van een tweetal indicatoren).
www.cbsinuwbuurt.nl
De buurtcijfers van het CBS zijn toegankelijk via deze website en kunnen in kaart gebracht worden.
www.leefbaarometer.nl
De Leefbarometer van VROM brengt de leefbaarheid van steden, gemeenten en buurten in beeld. Informatie over veiligheid, sociale samenhang en bijvoorbeeld voorzieningen zijn in de Leefbarometer verwerkt.
www.vsonet.nl
Website van de Vereniging voor Statistiek en Onderzoek (VSO) waar veel onderzoeksbureaus die zich bezig houden met lokaal en regionaal onderzoek bij zijn aangesloten. Informatie is te vinden over bijvoorbeeld de Veiligheidsmonitor, ook zijn publicaties op het gebied van leefbaarheid en veiligheid te downloaden.
Veldonderzoek
Van belang is dat het veldonderzoek ná het bronnenonderzoek wordt gehouden. Gesignaleerde knelpunten uit statistische gegevens kunnen nu in de praktijk worden getoetst of worden bijgesteld. De beleving van de slachtoffers of buurtbewoners kan hierin worden meegenomen. Zo komt naast de statistische analyse, ook de gevoelsmatige veiligheid aan bod.
Als het veiligheidsprobleem zich voordoet op een specifieke plek of route (bijvoorbeeld als er sprake is van uitgaansgeweld) kan er tijdens een veldonderzoek of schouw op fysieke elementen ingezoomd worden die van invloed (kunnen) zijn. Kern van een dergelijke fysieke schouw is het zoeken naar kwetsbare plekken en andere situaties die aanleiding kunnen geven voor sociale onveiligheid.
Interviews met enkele sleutelpersonen
Interviews met sleutelpersonen - professionals buiten de projectgroep - vormen ook de bouwstenen voor een veiligheidsbeeld. Door middel van interviews met jongerenwerkers, leerplichtambtenaren, wijkmanagers en andere professionals, aangevuld met eigen inzichten, kan een vollediger zicht verkregen worden op de problematiek.
Informanten
Ook het identificeren en bevragen van mogelijke informanten buiten de groep professionals geeft een aanvulling op het bestaande beeld. Buurtbewoners of andere sleutelinformanten, die naast hun eigen ervaringen over bredere kennis beschikken, kunnen een beeld schetsen van het probleem en de doelgroep. Bovendien zijn zij belangrijke intermediairs wat betreft het leggen van contact met de probleemgroep of jongere.
De jeugd
De politie in een willekeurige gemeente zal problematisch drugsgebruik waarschijnlijk anders definiëren dan de doelgroep van het onderzoek. Om de aard om van een probleem en de verschillende benaderingen daarvan beter te begrijpen kan ook de problematische jeugd zelf geïnterviewd worden. Hierdoor krijg je een goed beeld van de verschillende standpunten en kunnen de resultaten van het bronnenonderzoek tegen dit licht gehouden worden. Zie bijvoorbeeld: http://www.hetccv.nl/binaries/ccv/dossiers/samenleven-en-wonen/overlast/hangjongeren/venlo_inventarisatie_drugsproblematiek_hangjongeren.pdf
De Groep in beeld
Het doel van al deze informatieverzameling is om de problematiek die speelt in kaart te brengen. In het geval groepsgebonden gedrag deel uitmaakt van het probleem dan is het zaak deze groep (of groepen) zo concreet mogelijk in beeld te krijgen. In de praktijk kennen de verschillende onderwerpen binnen een plan van aanpak jeugd en veiligheid een verscheidenheid aan doelgroepen en hebben de partners uit de projectgroep zicht op de groep (en) waar zij zelf mee in aanraking komen. Door deze groep (en) te beschrijven wordt een start gemaakt met de inventarisatie van de jongeren. Hieronder volgen twee voorbeelden.
Beke-Shortlist: De shortlist brengt een aantal typerende kenmerken van groepen jongeren in kaart door middel van een vragenlijst, die door buurtagenten wordt ingevuld. De shortlist brengt de volgende gegevens van een groep in kaart: - type problematische jeugdgroep (hinderlijk, overlastgevend, crimineel); - locatie waar jeugdgroep actief is; - kenmerken van de jeugdgroep (samenstelling, grootte, sfeer in de groep); - karakter van de groep (openbare orde- en criminaliteitspatroon). Kijk voor verdere uitleg over de Beke-Shortlist op de site van het CCV. Inventarisatie groepen: Samen met de partners in de projectgroep worden de specifieke problemen en groepen jongeren beschreven. Hierbij wordt uitgegaan van de informatie die de betrokken partijen zelf aanleveren. De ervaring leert dat verschillende groepen jongeren het zelfde (risico) gedrag kunnen laten zien. Een dergelijke inventarisatie bestaat daarom uit twee delen: 1. Het zo concreet mogelijk beschrijven van de groepen jongeren (samenstelling, leeftijd, achtergrond, delictgedrag en dergelijke). De groep kan bijvoorbeeld met de naam worden aangeduid van de plek waar zij vaak te vinden of te zien zijn. 2. Het beschrijven van het (risico) gedrag en aankruisen welke groep dit gedrag laat zien (bijvoorbeeld vandalisme; kapotmaken van speeltuin / geluidsoverlast; harde muziek en schreeuwen op plein en dergelijke). |
Prioriteiten toekennen
Een inventarisatie heeft als (mogelijk) resultaat een opsomming van de verschillende problemen en doelgroepen. De volgende taak voor de projectgroep is om aan die problemen prioriteit toe te kennen. Prioriteiten toekennen aan probleemgebieden betekent niet dat een probleem onder de tafel wordt geschoven, maar dat de samenwerkingspartners gezamenlijk erkennen dat een specifiek probleem urgent is. Prioriteiten zijn afgestemd op de lokale situatie en geven aan waar de samenwerkingspartners als eerste hun aandacht op willen richten.
De reden om aan bepaalde onderwerpen een prioriteit toe te kennen kan heel divers zijn, namelijk:
- Een probleem brengt maatschappelijke onrust met zich mee, bijvoorbeeld intimidatie van senioren bij een winkelcentrum of overlast door hangjongeren in openbare ruimten.
- De gevolgen van een probleem brengen hoge financiële kosten met zich mee, zoals vandalisme en graffiti.
- Een probleem heeft een hoge risicofactor voor de gezondheid van de jongeren, denk aan drugs- en alcoholgebruik en scooterraces.
- Een probleem heeft specifieke gevolgen voor het economisch welzijn in een gemeente, bijvoorbeeld uitgaansgeweld en winkeldiefstal.
Kortom: het toekennen van prioriteiten is een activiteit dat gezamenlijk met de samenwerkingspartners gebeurt, waarbij de prioriteiten afgestemd zijn op de lokale (maatschappelijke) situatie.
Hieronder is een eenvoudige manier van het toekennen van prioriteiten beschreven waarbij alle samenwerkingspartners evenveel zeggenschap hebben. Deze manier is mogelijk ook te verbreden, bijvoorbeeld door jongeren zelf prioriteiten te laten stellen, bewoners te laten deelnemen of de lokale ondernemers een stem te geven.
Prioriteiten stellen door middel van puntenverdeling De projectgroep heeft de problemen geïnventariseerd en heeft een beschrijving van de jongeren die betrokken zijn bij deze problemen. Er is nu een lijst met risico- en aandachtsgebieden, dit kunnen er bijvoorbeeld 20 zijn. Het is dan van belang om prioriteiten toe te kennen, omdat niet aan alle onderwerpen direct evenveel aandacht kan worden gegeven. De leden van de projectgroep krijgen allen 10 punten te verdelen en mogen deze toekennen aan de (in dit voorbeeld 20) geconstateerde problemen. De 10 punten mogen allemaal aan één specifiek probleem gegeven worden of verdeeld over de verschillende problemen. De projectgroepleden zijn vrij om de punten te verdelen zoals zij dit zien. Stel: een partij vindt vandalisme heel belangrijk, dan kent hij/zij dit probleem 10 punten toe. De leider van de projectgroep telt uiteindelijk de punten van de probleemgebieden bij elkaar op. De risico- en aandachtsgebieden die de meeste punten hebben gekregen, worden op dat moment de geprioriteerde probleemgebieden. |
Praktijkvoorbeeld In gemeente X zijn de diverse problemen inclusief de (groepen) jongeren die zich daarmee bezig houden geïnventariseerd. In totaal zijn er 12 groepen geconstateerd die verantwoordelijk zijn voor 7 type problemen variërend van vandalisme, drugsgebruik, scooteroverlast, hangen bij een winkelcentrum en dergelijke. De projectgroep bestaat uit gemeenteambtenaren, politiemensen, jongerenwerkers, Bureau Halt en verslavingszorg (outreachend werk). De projectgroepleden hebben hun 10 punten verdeeld en het probleem drugsgebruik is als nummer één naar voren gekomen. Bij het bekijken van het schema is te zien dat er maar één groep van negen jongeren zich hier schuldig aan maken. Het probleemgebied vandalisme stond als laatste in de prioriteiten, maar wordt wel door alle groepen jongeren veroorzaakt. Het stellen van prioriteiten heeft op dat moment laten zien dat de projectgroep leden zich erg druk maken over één probleem veroorzaakt door één groep jongeren. |



