Procesevaluatie van de Aggression Regulation Training op Nederlandse scholen
31 juli 2011
Op initiatief van het ministerie van Veiligheid en Justitie is de Agression Regulation Training op kleine schaal getest op negen Nederlandse scholen in drie steden. In dit rapport wordt verslag gedaan van de procesevaluatie van de pilotfase.
Probleemstelling
Wordt de Agression Regulation Training (ART) in de pilotfase uitgevoerd zoals beschreven in de handleidingen van de interventie? Welke aanpassingen zijn nodig?
Beschrijving
De ART is een in Amerika ontwikkelde training die gericht is op het verminderen van gewelddadig gedrag. Het is een cognitiefgedragstherapeutische groepstraining, gericht op drie factoren: Sociale Vaardigheden, Boosheidscontrole en Moreel Redeneren.
De uitvoering van de ART werd onderzocht op negen scholen in drie steden. Dit gebeurde door middel van interviews met leerlingen, ouders, docenten, directeuren en projectleiders, (online) vragenlijsten en observaties. De onderzochte scholen waren acht VMBO-scholen en één MBO-school. In totaal zijn 50 leerlingen, waarvan 64 procent jongens, gestart met de ART.
Conclusie
Het opzetten van dit project vond plaats onder grote tijdsdruk en de procedures zijn in de loop der tijd gewijzigd. Bij het onderzoek kwamen dan ook veel kinderziektes van de opstartfase naar voren. Het is wel belangrijk dat problemen in de opstartfase niet verward worden met structurele problemen in de uitvoering, aangezien sommige inmiddels voor een groot deel zijn opgelost.
In de tweede fase van het onderzoek, toen meer aandacht was gegeven aan de communicatie met de scholen en voorbereiding op de training, bleek het proces aanzienlijk beter te verlopen. Desalniettemin is aandacht nodig voor de knelpunten die ook in de tweede fase naar voren kwamen. Wel lijkt het de moeite waard om voldoende aandacht en tijd beschikbaar te stellen om goede uitvoering van deze veelbelovende interventie mogelijk te maken.
Er kan op dit moment echter geen exact zicht verkregen worden op risico’s van de knelpunten voor de effecten van de training, aangezien de effectiviteit van de ART in deze vorm (op Nederlandse scholen) nog niet is aangetoond en de wijzigingen dus niet per definitie tot een verarming van het programma hoeven te leiden.
Het draagvlak voor de training is groot bij de onderzochte scholen. De docenten en directeuren geven aan dat zij de training goed van opzet vinden en zij zien baat bij de training. Het is echter niet zeker of alle scholen op de langere termijn, ook nadat zij hier geen subsidie meer voor ontvangen, doorgaan met de training.
Auteurs
J. Plaisier, J. van Ditzhuijzen, D. Wiersema
ISBN
978-90-79262-06-9
Organisatie
Impact R&D in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Links
- De procesevaluatie is te downloaden op de website van het WODC.




