School en veiligheid

Scholen, gemeenten, politie, jeugdzorg en de onderwijsinspectie zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor een veilig schoolklimaat.

Scholen willen leerlingen en personeel een veilige omgeving bieden om in te werken en te leren. Het schoolgebouw moet veilig zijn en ook de omgeving: het schoolterrein, de schoolomgeving (buurt of wijk) en de routes van en naar school. Naast de feitelijke onveiligheid en incidenten speelt ook de beleving van veiligheid een rol: leerlingen en medewerkers moeten zich in en om school veilig kunnen voelen.

Sociale veiligheid op school wordt bepaald door het aantal geweldsincidenten in en rondom de school, het gevoel van veiligheid, de tevredenheid met het schoolklimaat en het veiligheidsbeleid en de waardering hiervan door betrokkenen.

Fysiek geweld, vandalisme, pesten, wapenbezit, graffiti, agressie, diefstal, heling, insluiping, drugs- en drankgebruik zijn factoren die een school onveilig maken. Ook zaken die mensen minder snel in verband zullen brengen met (on)veiligheid, zoals brandstichting, inbraken en vernieling, kunnen juist een doorslaggevende invloed hebben op de veiligheid en met name ook het veiligheidsgevoel.

Aard en omvang

Het onderwijsverslag over het schooljaar 2007-2008 laat zien dat, net als in voorgaande jaren, incidenten op vrijwel alle scholen voorkomen. Fysieke geweldsincidenten tussen leerlingen onderling vinden met name plaats op scholen in het voortgezet (speciaal) onderwijs. Tussen de 74 en 95% van de scholen in deze sectoren hebben hiermee minimaal een paar maal per jaar mee te maken. Op havo/vwo ligt het percentage het laagst en bij het praktijkonderwijs het hoogst. De in het onderwijsverslag 2006/2007 geconstateerde toename van digitaal pesten zet niet door, maar stabiliseert zich.

Uit de veiligheidsmonitor Ontwikkeling van sociale veiligheid in het Voortgezet (Speciaal) Onderwijs 2006-2008 blijkt dat verreweg de meeste leerlingen en docenten zich in en rond de school veilig voelen (meer dan 92%). Toch blijven zich met regelmaat incidenten voordoen. Leerlingen zeggen het vaakst slachtoffer te zijn geweest van verbaal (22%), licht lichamelijk (18%) en sociaal (16%) geweld. Docenten geven ook het vaakst aan slachtoffer te zijn geweest van verbaal geweld (37%), gevolgd door sociaal (16%) en materieel (14%) geweld. Docenten geven in 2008 vaker aan getuige te zijn geweest van geweld bij anderen

Steeds meer scholen voeren een veiligheidsbeleid komt naar voren uit beide onderzoeken.

Regierol school

Veiligheid is en blijft een noodzakelijke voorwaarde voor kwalitatief goed onderwijs. Van leerlingen en docenten die zich niet veilig voelen op school kan niet verwacht worden dat zij volwaardig deelnemen aan het onderwijs. Scholen die het beste uit hun leerlingen en docenten willen halen, moeten daarom zorgen voor een veilig schoolklimaat. Scholen moeten er alles aan doen om te zorgen voor zo'n veilig klimaat, maar scholen kunnen dit niet alleen. Daarvoor moeten zij een beroep kunnen doen op anderen. Alle partijen kunnen vanuit hun eigen ervaring, expertise en bevoegdheid, de onveiligheid in en rond scholen aanpakken. Een veilige school in een veilige omgeving vereist inzet van verschillende partijen en een samenwerkingsverband is dus noodzakelijk.

De belangrijkste initiatiefnemer is de school. Met school wordt bedoeld: leerlingen (inclusief ouders en verzorgers), personeel (onderwijsgevend, onderwijsondersteunend en leidinggevend), directie en bestuur. De school werkt samen met andere partijen:

  • de gemeente (deze kan schoolveiligheid als prioriteit opnemen in het Integraal Veiligheidsbeleid, dat is overigens niet verplicht),
  • de politie,
  • instellingen op het terrein van jeugdzorg, opbouw- en jongerenwerk,
  • buurt- en wijkbeheer,
  • justitie,
  • brandweer en
  • openbare vervoersbedrijven.

Links

Meer informatie over veiligheid rond en in school is te vinden op de websites van: