Meetinstrumentarium feitelijke overlast
19 januari 2011
Een nationale en internationale inventarisatie van instrumenten om overlast op lokaal niveau te meten. Aanleiding voor dit onderzoek is de conclusie uit een onderzoeksadvies voor het ministerie van BZK dat het voor een goede analyse en aanpak van overlast wenselijk is onderscheid te maken tussen enerzijds het feitelijk verschijnsel dat overlast veroorzaakt en anderzijds de beleving van overlast door burgers.
Om het verschil tussen feitelijke en ervaren overlast goed te kunnen duiden is het nodig om de beide aspecten van overlast te meten en met elkaar te vergelijken. Voor het meten van de perceptie van overlast bestaan al verschillende instrumenten. Voor het meten van feitelijke overlast zijn die instrumenten nog onvoldoende in kaart gebracht. Dit onderzoek is bedoeld om deze lacune te vullen.
Er is gebruikgemaakt van verschillende onderzoeksmethoden: een nationale en internationale literatuurstudie, enquêtes en een aantal verdiepende interviews. Naast een onderzoek in Nederland is ook een internationale quickscan uitgevoerd in vijf landen: Duitsland, België, Verenigd Koninkrijk, Denemarken en de Verenigde Staten.
In dit onderzoek zijn in totaal 24 meetinstrumenten gevonden en geanalyseerd. Voor elk van deze meetinstrumenten is een factsheet gemaakt waarbij het instrument is beschreven: wat wordt gemeten, hoe wordt gemeten en waar wordt het instrument toegepast. Ook zijn de voor- en nadelen van de instrumenten in kaart gebracht. Op basis daarvan is per instrument weergegeven of het geschikt is (groen), minder geschikt is (geel) of ongeschikt is (rood) om de overlast op lokaal niveau feitelijk te meten. Zeven instrumenten van de 24 instrumenten zijn breed en snel toepasbaar en geven de grootste mate van afdekking van het fenomeen.
Organisatie
COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken




