Erkenning jeugdinterventies functioneert goed
12 januari 2012
Het erkenningstraject voor de erkenning van jeugd- en leefstijlinterventies wordt breed gewaardeerd en heeft de afgelopen jaren goed gefunctioneerd. Dit blijkt uit de evaluatie die in 2011 door Stichting Consument en Veiligheid en de Vrije Universiteit Amsterdam is uitgevoerd.
Het onderzoekt richtte zich op het proces en resultaat van het erkenningstraject voor interventies en daarmee ook de Erkenningscommissie Interventies. Het erkenningstraject maakt de kwaliteit van interventies voldoende duidelijk en stimuleert kwaliteitsverbetering bij de ontwikkeling van interventies.
Uit de evaluatie komen ook suggesties voor verbetering naar voren. Daar gaan de instituten die het erkenningstraject ondersteunen nu mee aan de slag.
Meer aansluiten bij de praktijk
Uit de evaluatie blijkt dat indieners en beoordelaars tevreden zijn over de procedure van indienen en beoordelen van de interventies. Een belangrijk punt van kritiek is dat het erkenningstraject nog onvoldoende aansluit bij de praktijk. Beroepskrachten willen meer informatie over de randvoorwaarden voor de toepassing van een interventie. Ook passen complexe of samengestelde interventies (of zorgprogramma's) nu minder goed in het erkenningssysteem. Verder vinden beroepskrachten dat het veel tijd kost om interventies voor erkenning in te dienen. Daarnaast is voor hen de meerwaarde van erkenning niet altijd duidelijk.
Aanpassingen in 2012
De resultaten en aanbevelingen van de evaluatie zijn door de ondersteunende instituten – het Nederlands Jeugdinstituut, het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid en het RIVM Centrum Gezond Leven – uitgewerkt in een plan van aanpak om het erkenningstraject aan te passen. De veranderingen hebben vooral te maken met de criteria voor effectiviteit en uitvoering, de opzet en toelichting van het werkblad, de ondersteuning van professionals en de communicatie over het traject en over erkende interventies. Alle aanpassingen worden in 2012 doorgevoerd.
Evaluatierapport
Het evaluatieonderzoek werd verricht in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. U kunt het evaluatierapport downloaden via de website van het NJI.












