Gewenst effect Jongerenontmoetingsplaats (JOP) blijft uit
1 april 2011
Veel gemeenten proberen jongerenoverlast tegen te gaan. Zo ook de gemeente Papendrecht. In het voorjaar van 2009 opende de gemeente een JOP in de wijk Molenvliet. Het Onderzoekcentrum Drechtsteden (OCD) onderzocht of de JOP een positief effect had en schreef er zowel een rapport als een artikel over.
Het artikel staat in het CCV-tijdschrift Secondant. De OCD-onderzoekers Bart van der Aa en Susan van Oostrom gaan hier in op het verschijnsel jongerenoverlast. Zo blijkt het aandeel dat vaak jongerenoverlast ervaart al sinds het midden van de jaren negentig rond de 12% te liggen. Vooral binnen wijken kan de ervaren overlast in korte tijd snel toe- of afnemen, zoals ook in de wijk Molenvliet het geval is. In 2009 ondervond daar een kwart van de bevolking overlast.
Uit het OCD-onderzoek blijkt dat het beoogde effect van de JOP niet is gerealiseerd: de jongerenoverlast in de wijk Molenvliet is niet afgenomen in de tijd dat de JOP open was. Om de jongerenoverlast in de wijk als geheel terug te dringen, is er meer nodig dan het realiseren van een JOP. Een JOP moet eerder worden gezien als een sluitstuk van de oplossing dan het enige instrument waarmee de overlast kan worden gereduceerd.
Voor dit onderzoek (284 KB) heeft het OCD een vragenlijst uitgezet via enquĂȘteurs. Om te kunnen bepalen of er een verandering van de ervaren jongerenoverlast plaatsvond, hebben we de periode dat de JOP open was vergeleken met de periode dat er geen JOP was. Ook hebben we de meldingen van jongerenoverlast bij de politie geanalyseerd.












