Meidencriminaliteit

Meiden lijken een vergeten groep als het gaat om crimineel gedrag. Ten onrechte, want hun aandeel in de criminaliteit is de afgelopen decennia toegenomen. Sinds enkele jaren verschijnen er ook in de media steeds vaker berichten over delict- of probleemgedrag. En de problemen die daaraan ten grondslag liggen, worden steeds complexer.

Aard en omvang

Minderjarige vrouwen zijn op het gebied van de criminaliteit bezig met een inhaalslag. Sinds 1980 steeg het aandeel verdachte minderjarige vrouwen geleidelijk. Uit het jaarverslag 2011 van het Openbaar Ministerie blijkt dat ruim een op de zes minderjarige verdachten een meisje is (17,8 procent). Dit is bijna een verdubbeling ten opzichte van 1960.

Omvang

Criminaliteit door meisjes is tussen 1996 en 2012 harder gestegen dan bij jongens. Het gaat dan met name om lichte geweldscriminaliteit. Uit onderzoek van het CBS en het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) blijkt dat de criminaliteit door meisjes de laatste jaren weer afneemt, maar deze afname is minder sterk dan bij jongens.

Het WODC presenteerde vorig jaar het onderzoeksrapport Delinquente meisjes. Volgens dit onderzoek komen meisjes op jongere leeftijd in contact met de politie dan jongens en plegen ze ook op jongere leeftijd delicten.

Aard van de vergrijpen

De aard van de vergrijpen is in de afgelopen jaren veranderd. Traditioneel pleegden meisjes vooral winkeldiefstal, maar inmiddels staan zij ook terecht voor zwaardere delicten. Er is weinig bekend over de etnische achtergrond van meisjes. De politie registreert alleen de nationaliteit en – in tegenstelling tot criminele allochtone jongens – is er nauwelijks onderzoek gedaan naar de relatie tussen etniciteit en crimineel gedrag van meisjes.

Risicofactoren

De problemen van de meisjes lijken op die van jongens die ook probleemgedrag vertonen. De risicofactoren voor het gedrag, zoals gebruik van veel alcohol, delinquente vrienden en problemen op school, zijn gelijk. Bij meisjes kunnen nog andere zaken spelen. In de literatuur worden verschillende risicofactoren onderscheiden.

Allereerst zijn er individuele factoren. Zo zijn ADHD, een heel laag of heel hoog zelfbeeld, seksueel trauma en een laag IQ voorspellers voor crimineel gedrag. Ten tweede doen familiefactoren ertoe: problemen thuis, de betrokkenheid van ouders of een delinquente vader verhogen de vatbaarheid.

Onderzoek van de Vrije Universiteit wijst uit dat vooral de opvoedkundige rol van de moeders van belang is bij het probleemgedrag. Hoe meer de moeder controleert en hoe minder ze emotionele steun biedt, des te groter is de kans dat de meisjes ernstig delinquent gedrag gaan vertonen. Een falende schoolcarrière is ook een risicofactor.

Rol Rijksoverheid

De Rijksoverheid probeert meidencriminaliteit te voorkomen door vroegtijdig in te grijpen en criminele meisjes snel te berechten en te straffen. Ook nazorg is belangrijk om herhaling tegen te gaan.

Vroegtijdig ingrijpen

Meisjes tot 12 jaar kunnen niet worden vervolgd. De rechter kan wel maatregelen nemen als het echt uit de hand loopt met ze. De politie spreekt bijvoorbeeld met hun ouders of stuurt ze door naar Bureau Jeugdzorg. Om zicht te krijgen en houden op criminele 12-minners, worden ze geregistreerd in het systeem Prokid.

Snel berechten

Probleemjongeren worden streng aangepakt met lik-op-stuk beleid. Dat houdt in dat ze na een delict zo snel mogelijk worden gestraft. Als een probleemjongere iets heeft gestolen en weigert de opgelegde geldboete te betalen, kan de rechter bijvoorbeeld beslag leggen op zijn bezittingen.

Ouders betrekken

Sinds 2011 moeten de ouders (of verzorgers) verplicht aanwezig zijn bij de rechtszaak van hun minderjarige kind. Zo kan de rechter een beter beeld krijgen van de gezinssituatie en de jongere zelf. Komen de ouders niet, dan kan de rechter een 'bevel tot medebrenging' afgeven. Dit houdt in dat de politie de ouders thuis ophaalt en zij de zitting in een cel van de rechtbank moeten afwachten.

Ouders worden ook vóór de rechtzitting al betrokken. Zo nodigt de Raad voor de Kinderbescherming de ouders uit voor een gesprek. Ook zoekt de jeugdreclassering contact met de ouders als de voorlopige hechtenis van de jongere wordt opgeheven.

Herhaling voorkomen

Om te voorkomen dat criminele meisjes opnieuw de fout in gaan, zijn een aantal maatregelen mogelijk:

  • een gedragsbeïnvloedende maatregel opleggen. Een agressieve jongere moet dan bijvoorbeeld therapie volgen om beter met zijn agressie om te leren gaan.
  • goede nazorg en begeleiding bieden. De netwerk- en trajectberaden, een samenwerking tussen de justitiële jeugdinrichtingen, de Raad voor de Kinderbescherming, de jeugdreclassering en de gemeenten, helpen hierbij.

Kijk voor meer informatie op de website van de Rijksoverheid, dossier Jeugdcriminaliteit.

Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie

De Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie heeft als hoofdtaak de effectiviteit van deze gedragsinterventies voor justitiabelen te beoordelen. Het gaat daarbij om de vraag of de gedragsinterventies kunnen leiden tot vermindering van recidive van zowel meerderjarigen als minderjarigen.

Rol gemeente

Voor de gemeente is een belangrijke rol weggelegd bij de preventie van criminaliteit en bij het terugkeren in de samenleving van jongeren die in detentie hebben gezeten (de nazorg.) De gemeente heeft hierbij de regie.

Links