Marokkaans-Nederlandse risicojongeren

Onder de noemer Grenzen stellen en perspectief bieden werken het Rijk, gemeenten en de VNG samen met als doel een trendbreuk in de oververtegenwoordiging van Marokkaans-Nederlandse risicojongeren in de schooluitval, de werkeloosheid, de criminaliteit en de overlast. Met heel veel Marokkaans-Nederlandse jongeren gaat het goed. Wij zien ook dat het met teveel Marokkaans-Nederlandse risicojongeren niet goed gaat. In verschillende gemeenten doen zich incidenten voor waarbij Marokkaans-Nederlandse jongeren betrokken zijn. Zij gedragen zich hinderlijk of respectloos, geven ernstige overlast of maken zich schuldig aan vernielingen, bedreigingen en intimidatie. Het gedrag van deze jongeren wekt onbegrip en onvrede op bij burgers en is niet acceptabel. Het vraagstuk is complex en hardnekkig. De jongeren hebben problemen en veroorzaken problemen.

Aard en omvang

Marokkaans-Nederlandse jongeren zijn oververtegenwoordigd in de werkeloosheid, de schooluitval en onder de plegers van overlast door hinderlijk, overlastgevend of crimineel gedrag. Marokkaans-Nederlandse risicojongeren zijn niet als enigen betrokken bij overlast en criminaliteit. Zij zijn wel overmatig betrokken en dat rechtvaardigt een bijzondere inzet. De gemeenten zijn aan zet met regie op een integrale aanpak van grenzen stellen, voorkomen van problemen en het bieden van kansen. Het betrekken van de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap bij de aanpak is essentieel. De eigen verantwoordelijkheid van Marokkaans-Nederlandse ouders voor de opvoeding van hun kinderen staat voorop. Het Verwey-Jonker Instituut heeft van 44 gemeenten de problemen in kaart gebracht. Ook zijn interviews afgenomen bij 20 gemeenten waar veel Marokkaans-Nederlandse jongeren wonen. Zo'n 60 procent van de gemeenten geeft in dit onderzoek aan regelmatig of vaak problemen te hebben met deze jongeren op het gebied van hinderlijk, overlastgevend of crimineel gedrag.

Samenwerking Rijk en gemeenten

De Rijksoverheid heeft zich tot doel gesteld de overlast, criminaliteit, schooluitval en werkloosheid onder deze groep jongeren te verminderen. Dit is een van de speerpunten uit de begroting voor 2010. Een harde aanpak alleen is daarbij niet voldoende. Vandaar dat gekozen is voor een combinatie van straffen en helpen. Dit gebeurt onder de noemer Grenzen stellen en perspectief bieden. Onder deze noemer vallen veel algemene maatregelen gericht op alle risicogroepen, zoals de Centra voor Jeugd en Gezin, de Veiligheidshuizen, lik-op-stuk-beleid, enzovoort.

De problematiek van de Marokkaans-Nederlandse risicojongeren wordt in het bijzonder aangepakt door o.a.:

  • Middelen voor gezinscoaches, dat is een vaste professional die Marokkaans-Nederlandse risicogezinnen gedurende een aantal dagen per week helpt en structuur brengt;
  • Middelen voor de gemeenten zodat zij extra straatcoaches inzetten in wijken waar veel overlast is van Marokkaans-Nederlandse risicojongeren.
  • Via kennisuitwisseling met het samenwerkingsverband van gemeenten: wat werkt wel, en wat werkt niet.
  • De inzet van praktijkteams die gemeenten adviseren, betere samenwerking met de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap en implementatieteams om de aanpak structureel te versterken; gezinsmanagers intensief inzetten in multiprobleemgezinnen.

Intentieverklaring

De ministeries van Justitie, Wonen, BZK, WWI en Jeugd en Gezin, 22 gemeenten en de VNG werken nauw samenwerken om de oververtegenwoordiging van Marokkaans-Nederlandse jongeren in overlast, criminaliteit, schooluitval en werkloosheid te verminderen. De partijen hebben daarvoor in een intentieverklaring ondertekend. Met de ondertekening zetten alle partijen in op een samenwerking om slimme en praktische oplossingen voor een geslaagde aanpak met elkaar te delen.

De 22 gemeenten die samenwerken hebben allemaal een grote Marokkaans-Nederlandse gemeenschap, met daarin relatief veel risicojongeren. Utrecht is door het coördinerende ministerie voor WWI gevraagd om de samenwerking de komende vier jaar te coördineren.

Rol gemeente

Met de intentieverklaring geven Rijk en gemeenten prioriteit aan de aanpak van de Marokkaans-Nederlandse risicojongeren, waarbij extra capaciteit en middelen worden vrijgemaakt. De aanpak laat zich samenvatten als 'grenzen stellen en perspectief bieden'. Voorop staat dat tegen criminaliteit en overlast hard moet worden opgetreden. De gemeenten werken al jaren aan de aanpak van de problematiek en gaan nog intensiever samenwerken. Door kennis te delen hoeven gemeenten niet zelf het wiel uit te vinden.

Het Rijk voorziet de gemeenten waar nodig van middelen en instrumenten zoals wet- en regelgeving en de eigen expertise. De VNG ondersteunt de gemeenten en neemt bestuurlijk en ambtelijk deel aan het samenwerkingsverband. Iedere gemeente blijft zelf verantwoordelijk voor de aanpak van Marokkaans-Nederlandse risicojongeren.

Links