Evaluatie van het Nederlandse drugsbeleid
30 april 2009
Deze evaluatie laat zien in hoeverre de hoofddoelstelling van het Nederlands drugsbeleid gerealiseerd is. Daarbij wordt ingegaan op relevante thema's zoals het coffeeshopbeleid, de drugsgerelateerde criminaliteit en overlast en de internationale samenwerking.
Probleemstelling
In hoeverre is de hoofddoelstelling van het Nederlandse drugsbeleid, zoals geformuleerd in de Drugsnota 1995 gerealiseerd. De hoofddoelstelling betreft de preventie en beheersing van de uit drugsgebruik voortvloeiende individuele en gemeenschapsrisico's.
Conclusies
Volksgezondheid staat voorop in het drugsbeleid. Op dit punt zijn de doelstellingen redelijk gehaald, met name waar het om risicobeheersing gaat. Nieuwe groepen van probleemgebruikers hebben zich niet aangediend, met uitzondering van de crackgebruikers die geen opiaten gebruiken. Het gebruik is het laatste decennium gestabiliseerd en Nederland neemt internationaal globaal een middenpositie in.
Rondom cannabisgebruik dienden zich (meer en/of nieuwe) problemen aan die aandacht vragen. In de jaren zeventig ging men er bij het vormgeven van het drugsbeleid van uit dat normalisering van cannabisgebruik zou optreden binnen een kleinschalige markt die gevrijwaard zou zijn van criminaliteit. Deze veronderstelling is niet uitgekomen. Drugswetcriminaliteit, criminaliteit gepleegd door drugsgebruikers en drugsgerelateerde overlast vroegen meer aandacht dan op basis van de Drugsnota 1995 verwacht zou kunnen worden.
Overlast als gevolg van drugstoerisme zorgt in sommige grensgemeenten voor serieuze problemen. Mogelijk heeft dit ook te maken met andere ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld het wegvallen van de binnengrenzen binnen de Europese Unie of de groei van het toerisme in het algemeen. Van betrokkenheid van nationaal en internationaal opererende criminele samenwerkingsverbanden bij de drugshandel en -productie is onverminderd sprake.
Tot slot kan worden vastgesteld dat inmiddels ook in de praktijk en het beleid van andere landen het bezit van cannabis voor eigen gebruik niet meer wordt vervolgd en harm reduction-instrumenten, zoals behandeling met vervangende middelen, spuitomruil en behandeling als alternatief voor gevangenisstraf zijn geïntroduceerd. Op deze punten vormt Nederland geen uitzondering meer. Het Nederlandse coffeeshopbeleid blijft echter zowel in binnen- als buitenland een controversieel thema. Internationale waardering is er wel voor de actieve opstelling van Nederland in internationale samenwerkingsverbanden.
Auteur
M. van Laar, M. van Ooyen-Houben
Organisatie
WODC, Trimbos
ISBN
978-90-5253-643-9
Links




