Naleving en handhaving coffeeshopregels

12 mei 2009

Dit onderzoek beschrijft de wijze waarop en de mate waarin de landelijke en lokale criteria voor coffeeshops in de praktijk worden gehandhaafd en nageleefd. De onderzoekers concluderen dat over het geheel genomen de coffeeshophouders zich goed houden aan de regels van de overheid.

Probleemstelling

Voor het onderzoek zijn twee onderzoeksvragen geformuleerd: In welke mate en hoe worden de coffeeshopcriteria in de praktijk nageleefd en gehandhaafd?Welke ontwikkelingen zijn waarneembaar ten opzichte van eerdere jaren?

Beschrijving

Voor de exploitatie van een gedoogde coffeeshop gelden de landelijke AHOJ-G criteria: geen Affichering (reclame), geen Harddrugs, geen Overlast, geen verkoop aan Jeugdigen en Geen verkoop van meer dan vijf gram per keer, per coffeeshop, per dag en per gebruiker.

Lokaal worden er vaak nog aanvullende criteria gesteld, zoals een maximale handelsvoorraad van 500 gram, geen verkoop van alcohol en criteria ten aanzien van sluitingstijden of afstand tot scholen. Er is onderzocht in hoeverre deze criteria worden nageleefd en welke ontwikkelingen er waarneembaar zijn.

Voor het onderzoek zijn verschillende respondenten groepen bevraagd. In totaal werden 65 coffeeshophouders in 54 gemeenten verspreid over Nederland geïnterviewd, daarnaast zijn 57 wijkagenten en 36 politiecoördinatoren schriftelijk bevraagd. Ook hebben bijna 200 omwonenden en 175 klanten van coffeeshops een schriftelijke vragenlijst ingevuld en is bij 86 coffeeshops een observatie uitgevoerd. In totaal zijn over 101 coffeeshops gegevens beschikbaar.

Conclusies

De onderzoekers concluderen dat vrijwel alle Nederlandse coffeeshops geen reclame maken voor hun zaak, geen harddrugs voorhanden hebben, niet verkopen aan personen onder de 18 jaar en in de regel geen overlast veroorzaken. Daarnaast verkopen ze hun klanten niet meer dan 5 gram per keer en houden ze hun voorraad beperkt tot zon 500 gram.

Coffeeshophouders zelf vinden de harddrugs-, jeugdigen- en overlastregel ook belangrijk. Ze waken met prioriteit over de naleving hiervan. De pakkans en de sancties die kunnen volgen spelen ook een rol bij de naleving. Bij het verbod op affichering en het niet voorradig mogen hebben van meer dan 500 gram is de kans op overtreding groter, omdat coffeeshophouders deze criteria minder onderschrijven. Dit geldt eveneens, zij het in mindere mate, voor de vijfgramsregel. Deze criteria worden vooral nageleefd onder druk van handhaving, de pakkans en vooral de ernst van de dreigende sanctie.

Over het geheel genomen lijken de coffeeshophouders zich goed aan de regels van de overheid, de AHOJ-G, te houden. Overtredingen komen weliswaar voor, maar niet stelselmatig. In totaal zijn in 2007 88 overtredingen van de AHOJ-G criteria vastgesteld. In 2005 waren dat er nog 69. Onduidelijk is of het aantal overtredingen van de AHOJ-G regels daadwerkelijk is toegenomen of dat de toename het gevolg is van een intensivering van de handhavingsinspanningen van de lokale overheid.

De overtredingen hebben vooral betrekking op het jeugdcriterium en op de maximale handelsvoorraad. Daarna volgt het 5-gramscriterium. Het afficherings- en het overlastcriterium zijn weinig overtreden, het harddrugscriterium helemaal niet. Drie maal is een coffeeshop definitief gesloten, 21 maal volgde op een overtreding een sluiting voor bepaalde tijd en 63 maal is een formele waarschuwing gegeven.

Auteur

D. de Bruin, M. Dijkstra, J. Breeksema

Organisatie

Centrum voor Verslavingsonderzoek (COV); Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC)

ISBN

978-90-71772-43-6

Links