Alijda-aanpak Rotterdam
5 december 2006
In Rotterdam-West is in de jaren negentig sprake van toenemende overlast als gevolg van de handel in harddrugs. Omdat afzonderlijke maatregelen niet voldoende helpen wordt besloten tot een integrale aanpak.
Beschrijving
De betrokken instanties zijn de regiopolitie, justitie, de belastingdienst en diverse gemeentelijke diensten zoals de dienst sociale zaken en werkgelegenheid, de vreemdelingendienst en de dienst bouw- en woningtoezicht. Deze instanties wisselen informatie uit en werken samen zodat er snel en direct kan worden opgetreden met de inzet van alle bestaande handhavingsinstrumenten. Drugsrunners, dealers en panden worden gelijktijdig aangepakt.
Rotterdam
Het eerste project startte in 1998 in Rotterdam. De afspraken over samenwerking werden op 27 november 1998 vastgelegd in een convenant, dat eind 1999 werd vernieuwd voor de periode tot 1 januari 2002. Voor de uitwisseling van persoonsgegevens werd voorzien in een privacyreglement onder verantwoordelijkheid van de hoofdofficier van justitie.
Hieronder een beschrijving van de Rotterdamse aanpak van runners en dealers enerzijds en de aanpak van panden anderzijds.
Aanpak drugsrunners en dealers
De coördinatie van de aanpak ligt bij de officier van justitie, deze houdt een driewekelijks overleg met alle betrokkenen om ervaringen uit te wisselen en knelpunten te bespreken. De informatiestroom over aangehouders drugsrunners, dealers en over drugspanden wordt verzameld bij de zogeheten Infodesk van de politie. Hier worden ook de diverse acties gepland. De mogelijke acties van de diverse betrokkenen bij de aanpak van drugsrunners en dealers op een rijtje. Wie doet wat: De Regiopolitie Rotterdam-Rijnmond houdt een runner aan tijdens een actie op de snelwegen van Rotterdam naar Antwerpen; de aangehouden runner wordt geregistreerd in een bestand; De politie waarschuwt de officier van justitie; deze start de strafrechtelijke vervolging en stelt de betrokken partners op de hoogte van de aanhouding; alle betrokken instanties gaan na welke gerichte maatregelen genomen kunnen worden: De Belastingdienst particulieren en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) onderzoeken de mogelijkheid om aanslagen op te leggen en beslag te leggen op goederen; de rol van de belastingsdienst is gericht op het ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel; de meeste aangehouden drugsrunners blijken belastingschulden te hebben; deurwaarders doen mee met de politieacties en vorderen belastingschulden ter plekke in; De Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzoekt in een eigen Alijda-procedure de rechtmatigheid van ontvangen uitkeringen en gaat zonodig over tot beeïndiging van de uitkering, het opleggen van een boete en/of het terugvorderen van de uitkering; de cliënt krijgt de keuze tussen werk of opleiding, bij niet meewerken wordt de uitkering gekort of stopgezet; De Immigratie- en Natualisatiedienst (IND) onderzoekt of de persoon illegaal in Nederland is en gaat zonodig over tot ongewenstverklaring en uitzetting van criminele illegalen, in samenwerking met de Vreemdelingendienst; Dealers worden op dezelfde manier aangepakt als drugsrunners.
Strafrechtelijke aanpak: drugsrunners worden aangehouden op grond van overtredingen van het wetboek van strafrecht, de Opiumwet, de APV (het hinderlijk ophouden op plaatsen waar dat niet is toegestaan), verkeersovertredingen of overige overtredingen van de Wegenverkeerswet. Door de voortdurende controles neemt het aantal openlijke overtredingen af wat de bewijslast voor een strafrechtelijke aanpak lastiger maakt.
Aanpak dealpanden
Naast deze persoonsgerichte aanpak van runners en dealers, worden ook de eigenaren van drugspanden aangepakt. De samenwerkende instanties hebben hiertoe een grote hoeveelheid relevante gegevens verzameld en met elkaar gecombineerd.
De afdeling Woningtoezicht van de Dienst Stedebouw en Volkshuisvesting heeft een inventarisatie uitgevoerd van de kwaliteit van de woningen van waaruit gehandeld wordt. Vervolgens zijn de eigenaren van deze panden aangeschreven op geconstateerde gebreken en achterstallig onderhoud. Bij herstel wordt gekeken of dit gebeurt door bonafide aannemers. Van de bewoners wordt gecontroleerd of zij een uitkering hebben en of zij de woning als postadres gebruiken. Bij bezoek aan de panden is de politie aanwezig evenals een medewerker van Woningtoezicht met een bijzondere opsporingsbevoegdheid, indien nodig ook een medewerker van de Vreemdelingendienst.
De deelgemeenten leggen een dossier aan over de door panden veroorzaakte overlast en de Bestuursdienst van de gemeente Rotterdam gaat op grond daarvan zo nodig over tot sluiting van dealpanden. Een dergelijke sluiting op grond van artikel 174a Gemeentewet maakt op zich geen deel uit van de Alijda-aanpak, maar kan daar wel het gevolg van zijn; eventueel volgt na sluiting nog een traject volgens de Wet Victor.
Resultaten 1998-2002
- Belastingdienst: 114 aanslagen opgelegd voor een totaalbedrag van 6.014.000 euro; beslag gelegd op goederen ter waarde van 3.942.000 euro, hieronder 157 auto's;
- Openbaar ministerie en politie: in vrijwel alle gevallen is vervolging ingesteld;
- Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid: uitkeringen beeïndigd; 58 drugsrunners opgenomen in een toeleidingstraject naar werk;
- Woningtoezicht: onderzoek ingesteld naar de kwaliteit van de drugspanden; 216 overlastgevende panden aangeschreven op grond van achterstallig onderhoud.
Evaluatie 2000
In 2000 werd het Alijda-project in de deelgemeente Delfshaven geëvalueerd door onderzoeksbureau Intraval. Hierbij werden het effect van de Alijda-aanpak op de recidive van drugsrunners en op de drugsoverlast en -criminaliteit onderzocht. Het bleek dat tussen de 25 en 30 procent van de drugsrunners recidiveert. Het evaluatieonderzoek bevatte nog geen cijfers over vermindering van overlast. Er werd wel vermoed dat de aanpak een vermindering van de door omwonenden ervaren overlast tot gevolg had.
De Alijda-aanpak bleek succesvol en is inmiddels als onderdeel van de veiligheidsaanpak opgenomen in het Collegeprogramma 2002-2006 van de gemeente Rotterdam: "Drugs- en overlast: kern van de inzet van de politie op dit thema is overlastgevende verslaafden van de straat en criminele illegalen het land uit. De lijst van zevenhonderd meest overlastgevende verslaafden geeft richting aan die inzet." En één van de acht activiteiten in dit kader is de "Sluiting van overlastgevende dealpanden en runnerspanden (Alijda-aanpak)."
Convenanten 2003
Op 12 september 2003 zijn twee convenanten ondertekend voor samenwerking op het gebied van twee Alijda-projecten, gericht op respectievelijk overlastgevende panden en drugsdealers. De convenanten zijn ondertekend door vijf partijen: de burgemeester van Rotterdam, de hoofdofficier van justitie, de korpschef van de Regiopolitie Rotterdam-Rijnmond, de belastingdienst Rijnmond en de FIOD-ECD. Binnen de gemeente Rotterdam zijn de volgende diensten betrokken: het Bureau Openbare Orde en Veiligheid, het Programma Bureau Veilig, het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam, het Vastgoed Informatie Centrum, de dienst Woningtoezicht, de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de dienst Burgerzaken en de dienst Gemeentebelastingen. Op het gebied van de informatievoorziening wordt bovendien samengewerkt met het Kadaster, de Kamer van Koophandel en het Fraudemeldpunt banken. In de voortgezette en uitgebreide Alijda-aanpak zal het drugsdealen en runnen in de onveilige gebieden (hotspots) van de stad actief worden tegengegaan en zullen malafide huiseigenaren persoonlijk worden aangepakt.




