Het Nederlands drugsbeleid

17 februari 2006

Het Nederlands drugsbeleid en de uitgangspunten die dit beleid mogelijk maken zijn uniek in de wereld. Soms wordt Nederland hiervoor geroemd maar vaker wordt het bekritiseerd. Maar bestaat hét Nederlands drugsbeleid eigenlijk wel? Want als je beter kijkt valt op dat er verschillen zijn in de manier waarop op lokaal niveau drugsbeleid wordt ingevuld.

Beschrijving

Dit kan omdat de landelijke overheid de kaders vaststelt waarbinnen het beleid zich afspeelt. Naast de internationale verdragen en het Europees beleid waar Nederland aan gebonden is liggen de kaders vast in de Opiumwet. In deze wet worden bezit, productie en handel in hard- en softdrugs verboden. De richtlijnen van het openbaar ministerie stellen nadere regels voor de opsporing en vervolging van feiten die in de Opiumwet strafbaar zijn gesteld.

Binnen deze kaders van de landelijke overheid is er relatief veel ruimte om op lokaal niveau invulling aan het drugsbeleid te geven. Zo heeft iedere gemeente de vrijheid om vestiging van coffeeshops toe te staan, maar kiest een kleine 80 procent er voor om dit niet te doen.

Uitgangspunten

Het Nederlandse drugsbeleid heeft als centrale doelstelling het voorkomen dan wel beperken van de risico's van druggebruik voor het individu, zijn directe omgeving en de samenleving. Bescherming van kwetsbare groepen, met name jongeren, staat hierbij voorop. Het beleid berust op drie pijlers: De vraag naar drugs wordt ontmoedigd door middel van een actief zorg- en preventiebeleid; Het aanbod van drugs wordt tegengegaan door middel van de bestrijding van de productie en handel; Inspanningen ter bestrijding van overlast rond druggebruik en -handel en handhaving van de openbare orde.

De strafrechtelijke aanpak van drugshandel en -productie is gericht op het beïnvloeden van de aanbodzijde van de drugsmarkten. Wat betreft de vraagzijde is er aandacht voor het voorkómen van het gebruik ('demand reduction'). Voorlichting en preventie zijn hiervoor de belangrijkste instrumenten.

Ook wordt aandacht besteed aan 'harm reduction'. Hiermee wordt bedoeld het voorkómen en beperken van de (gezondheids)risico's voor mensen die toch drugs gebruiken.

Met het oog op een samenhangende aanpak wordt de verantwoordelijkheid voor het drugsbeleid gedeeld door verschillende ministeries.

  • Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is verantwoordelijk voor de coördinatie van het drugbeleid. Dit ministerie is verder inhoudelijk verantwoordelijk voor het preventie- en hulpverleningsbeleid
  • Het ministerie van Justitie is belast met de strafrechtelijke handhaving.
  • Aangelegenheden op het gebied van lokaal bestuur en politie vallen onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.