Jeugd en drugs

Eén op de vijf jongeren heeft wel eens hasj of wiet gerookt. Het Nederlandse drugsbeleid richt zich op het voorkomen en beperken van de risico's van drugsgebruik voor de gebruiker zelf, voor zijn directe omgeving en voor de samenleving (harm reduction).

Het kabinet wil daarom dat de beschikbaarheid van softdrugs voor jongeren minder gemakkelijk wordt. Coffeeshops worden besloten clubs die alleen voor meerderjarige inwoners van Nederland toegankelijk zijn op vertoon van een clubpas. Er komt een afstand van tenminste 350 meter tussen scholen en coffeeshops. De minister verscherpt het landelijk beleid en ziet erop toe dat gemeenten het afstandscriterium en de overige relevante delen van het landelijk beleid in hun vergunningen handhaven.

In de Nederlandse politiek is drugsbeleid een hot item. De regering wil de risico's van druggebruik graag voor iedereen voorkomen of beperken. Het kabinet komt met voorstellen zwaardere straffen te stellen op de (voorbereiding van) in- en uitvoer, teelt en (georganiseerde) handel van drugs en tot aanpassing van het onderscheid tussen harddrugs en softdrugs. Zodra de speekseltests naar drugs betrouwbaar zijn, worden deze ingezet om het gebruik van drugs in het verkeer terug te brengen.

Rol gemeente

Gemeenten hebben diverse mogelijkheden om het lokale drugsbeleid vorm te geven:

  • Sinds1996 kunnen gemeenten een lokaal coffeeshopbeleid voeren waarbij regulering plaatsvindt door middel van een vergunningenstelsel.
  • De wet Damocles geeft de burgemeester de bevoegdheid om coffeeshops te sluiten als deze de in het lokale coffeeshopbeleid vastgestelde regels overtreden, ook als er geen sprake is van overlast. Deze wet is niet alleen van toepassing op coffeeshops maar geldt ook voor handel in harddrugs in alle voor publiek toegankelijke lokalen.
  • Overlast veroorzaakt door drugspanden kan worden aangepakt via de Gemeentewet. Dit kan tot sluiting en in het uiterste geval tot in beslagname van een pand leiden (Wet Victoria en Wet Victor).

Gemeenten bespreken hun eigen drugsaangelegenheden in een driehoeksoverleg: de burgemeester, de korpschef van politie en de officier van justitie.

Drugs en de wet

Opiumwet en de geneesmiddelenwet
De Opiumwet is een wet waarin de meeste drugs staan beschreven. De Opiumwet bestaat uit lijst I en lijst II. Middelen op lijst I zijn volgens de wet gevaarlijker dan middelen op lijst II. Sommige drugs zijn geneesmiddelen en staan helemaal niet in de Opiumwet. Deze staan in de geneesmiddelenwet. Een voorbeeld hiervan is ketamine.

Harddrugs & Softdrugs
Middelen op lijst I worden 'harddrugs' genoemd. Hasj en wiet staan bekend als 'softdrugs' en staan op lijst II. Slaap- en kalmeringsmiddelen staan op lijst II, maar vallen over het algemeen buiten de indeling 'hard-' en 'softdrugs'. Ze nemen een uitzonderingspositie in omdat ze meestal op recept, als geneesmiddel, worden uitgeschreven.

Handel & Productie en Bezit
Het is in Nederland verboden drugs te produceren, te verhandelen of te bezitten. Grootschalige productie en handel wordt hard aangepakt. Daarbij gelden voor harddrugs zwaardere straffen dan voor softdrugs en slaap- en kalmeringsmiddelen. De politie richt zich vooral op de productie van en handel in drugs. Ze is minder bezig met de opsporing van kleine hoeveelheden drugs die bedoeld zijn voor eigen gebruik. De opiumwet is te vinden op www.wetten.nl.