Op weg naar een samenhangend (diagnose-)instrumentarium voor de jeugdstrafrechtketen
15 november 2008
Over jongeren die met de politie in aanraking zijn gekomen vanwege een strafbaar feit moet gerichte informatie worden verzameld en vastgelegd. In het Landelijk Kader Instrumentarium Jeugdstrafrecht is concreet vastgelegd op welk moment door wie welke informatie moet worden verzameld, aan welke eisen deze moet voldoen en vervolgens aan wie die informatie moet worden doorgegeven.
Alle organisaties in de jeugdstrafrechtketen zullen het Landelijk Kader gebruiken als een gemeenschappelijk referentiekader, dat wil zeggen dat de uitgangspunten door iedereen zijn onderschreven. Dit vernieuwde en samenhangende instrumentarium wordt sinds begin 2009 getest in enkele pilots. Als de pilots succesvol verlopen zal het instrumentarium in 2010 landelijk worden ingevoerd.
Beslissingen
In de jeugdstrafrechtketen moet over jongeren die in aanraking zijn gekomen met de politie een groot aantal beslissingen worden genomen. Er moeten beslissingen worden genomen over de straf, het juridische kader, de voorwaarden waaraan de jongere moet voldoen en over een gedragsinterventie die een jongere eventueel moet volgen. Ook moeten er beslissingen worden genomen over de noodzaak om nader onderzoek in te stellen, hoe invulling te geven aan een gedragsinterventie of een begeleidingplan, of er maatregelen genomen moeten worden om het risico dat de jongere kan opleveren voor zichzelf of zijn omgeving te beperken en over de vraag of aanvullende zorg nodig is.
Informatie
Daarvoor wordt door verschillende organisaties informatie over de jongeren verzameld, vastgelegd en gebruikt: Politie, Halt, Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), Jeugdreclassering (JR), Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP), de Justitiƫle Jeugdinrichtingen (JJI), Openbaar Ministerie (OM) en kinderrechters.
Deze organisaties zouden nog meer dan nu het geval is, een keten moeten vormen. Het komt nog te vaak voor dat informatie over de jongere onvolledig is of niet wordt doorgegeven, waardoor het lastig wordt om de juiste interventie voor een jongere te kunnen bepalen.
Bestanden




